Door de vorm en ligging van het natuurpark is de flora er sterk beïnvloed door de oceaan. Er zijn nauwelijks bossen en in de duinen bovenop de kliffen groeien vooral lage struiken zoals kraaiheide (Empetrum nigrum). Op de hoogvlakte in het directe achterland stond vroeger veel heide. Nu is op veel plaatsen agrarische activiteit (zowel veeteelt als akker- en tuinbouw). Vaak grenst het cultuurland direct aan de klifrand.

De bergachtige delen van het park Costa Vicentina worden Serra's genoemd. Hier is de grond zeer zuur en extreem onvruchtbaar. Er wordt voornamelijk kurk van de bast van kurkeiken gewonnen en tegenwoordig ook hout van eucalyptus- en dennenbomen. De Serra’s zijn heel dun bevolkt en de bevolking neemt nog steeds sterk af. De bergen rond Monchique zijn totaal anders. De vulkanische grond is zeer zuur en rijk aan mineralen en heeft een eigen flora. Niettemin zijn daar ook vrijwel alle oorspronkelijke boomsoorten vervangen door eucalyptus.

Er zijn maar liefst 750 verschillende plantensoorten in het park gedetecteerd. 100 daarvan zijn inheems, waarvan 12 alleen maar in dit gebied voorkomen. Bijna tweederde van die 750 plantensoorten zijn overigens zeewiersoorten, namelijk 460). De vegetatie is een mix van Noordatlantische, Mediteirrane en Afrikaanse plantensoorten. Hieronder staan enkele van de meest voorkomende weergegeven.


Flora in het park Costa Vicentina

Mountainbike huren   Vogels

Het weer   Agenda   Surfen

Zandstrand  Vissen  Lopen

Zwemmen   Vakantiehuizen



Vertel anderen over deze site:



Flora in het park Costa Vicentina






De Eucalyptus

De Eucalyptus is een geslacht uit de mirtefamilie (Myrtaceae). De planten komen van oorsprong voor in Australie en aangrenzende gebieden. Er bestaan meer dan 600 verschillende soorten.  Een aantal soorten is in het park Costa Vicentina aangeplant voor de houtindustrie: dit zijn vaak snelle groeiers. Het hout wordt onder andere gebruikt voor de vervaardiging van papier en als brandhout. Uit diverse Eucalyptussoorten wordt aromatische olie gewonnen. De olie wordt uit de bladeren gehaald en wordt gebruikt voor inhalatie bij verkoudheid om de luchtwegen vrij te maken. Vooral bij temperaturen van meer dan 30 °C is deze olie erg brandbaar en vaak de oorzaak van hevige bosbranden. De twee belangrijkste soorten waaruit de olie gewonnen wordt zijn Eucalyptus globulus en Eucalyptus odorata.

Eucalyptus in het park Costa Vicentina

In het park Costa Vicintina is de eucalyptus alom aanwezig. Dat is jammer, want de plant verdringt de oorspronkelijke rijke vegetatie, door zijn enorme groeikracht en dorst.







Kurkeik

De kurkeik (Quercus suber) is een boom uit de beukenfamilie, die van nature voorkomt in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Deze groenblijvende eik wordt in het Costa Vicentina park gekweekt vanwege de kurk. De kurkeik kan 20 meter hoog worden.

Kurkeik in het park Costa VicentinaGepelde kurkeik in het park Costa Vicentina

De kurk wordt ongeveer om de 10 jaar van de stam gepeld, tenminste van die kurkeiken die ouder zijn dan 25 jaar. De eerste oogst (van een kurkeik van 25 jaar oud) levert kurk op die niet geschikt is voor het afsluiten voor flessen en dus alleen voor isolatie wordt gebruikt. Op de boom is vaak een cijfer geschilderd, dat correspondeert met het jaartal dat de boom voor het laatst gepeld is. Een tachtig jaar oude kurkeik levert per oogst zo'n 40 tot 60 kilo kurk op. De totale productie gedurende het gehele leven van een kurkeik (zo'n 200 jaar) ligt op ongeveer duizend kilo aan kurk. Deze kurk wordt gebruikt voor isolatie, voor schoenzolen, vloeren, wandbekleding, reddingsboeien, maar voornamelijk als afsluiting van (wijn)flessen. Het pellen van de schors van een kurkeik moet zorgvuldig gebeuren, anders raken de onderliggende weefsels beschadigd en sterft de boom. Na het pellen is de stam vaak donker kastanjebruin van kleur. De gepelde kurk moet nog enkele maanden drogen, waarna het wordt gekookt om de bacterien te doden en de gepelde oppervlakte soepel te maken. Het hele proces van het pellen van kurk is uitermate duurzaam: er gaat geen boom verloren en het pellen gebeurt nog steeds met handgereedschap.

In het Costa Vicentina park is de kurkeik veel te zien. Echte uitgestrekte kurkeikbossen zijn echter - door slecht houtmanagement - verdwenen. De resterende kurkeiken worden bedreigd door de vervanging van kurk door plastic afsluitingen van wijnflessen.







Parasolden (Pinheiro-manso)

De parasolden is een boom uit de dennenfamilie, een inheemse conifeer, die goed bestand is tegen de wind. Sinds de tijd van de Romeinen wordt de boom al aangeplant in kuststreken. De boom kan tot ongeveer dertig meter hoog worden. De parasolden dankt zijn naam aan de parasolvormige kroon met grote, uitgespreide takken die bevestigd zijn aan een korte stam. Het is een opvallende en veel voorkomende verschijning in het park Costa Vicentina. De kleur van de boomschors varieert van roodbruin tot oranje. De schors heeft diepe groeven en schubben. De twijgen zijn bleek grijsachtig groen en zijn gekromd.

Parasolden in het park Costa Vicentina

De knoppen zijn roodbruin en zijn voorzien van witte rafels. De top van de knop is naar buiten gekeerd. De parasolden heeft donkergroene naalden met een scherpe punt. Ze staan in paren en zijn tot twintig centimeter lang. De kegelvrucht is glimmend bruin, bolvormig met een afgeplatte voet. De schubben zijn afgerond aan de uiteinden en ze hebben een duidelijke centraal gelegen knobbel. De zaden van de kegel zijn eetbaar en algemeen bekend onder de naam pijnboompit.

De pijnbompitten komen vrij wanneer de kegels of dennenappels worden geschud. De pitten hebben een harde schil, die handmatig of machinaal moet worden verwijderd. In de winkels zijn meestal geschilde pijnboompitten te koop.
De prijs van pijnboompitten is hoog omdat de oogst erg arbeidsintensief is en de bomen traag groeien. Bovendien zijn erheel wat pijnappels nodig voor een kilo pitten. Pijnboompitten zijn rijk aan olie en hebben een lichte harsachtige smaak. Vaak worden ze geroosterd om de smaak te versterken. Roosteren doe je droog, zonder olie of boter.







Aardbeiboom (medronheiro)

De aardbeiboom (Arbutus unedo) is een anderhalf tot drie meter hoge struik met een matgrijze, gegroefde stam. Hij kan in enkele gevallen uitgroeien tot een boom van meer dan tien meter hoog. De jonge twijgen zijn klierachtig behaard. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, stevig, sterk glanzend aan de bovenkant, kaal aan beide zijden, lancetvormig, vier tot elf centimeter lang en hebben een sterk gezaagde rand.

De bloemen zijn wit tot roze van kleur en groeien in vijf centimeter lange en brede, hangende trossen aan het einde van de takken. De aardbeiboom bloeit van oktober tot maart. De tot twee centimeter grote vruchten hebben een harde knobbelige schil. De vrucht rijpt van geel naar roodbruin. Het vruchtvlees is geel van kleur en smaakt zurig en is weinig aromatisch.

Aardbeiboom in het park Costa Vicentina

De aardbeiboom komt van nature voor in het park Costa Vicentina. Van oktober tot december kunnen de vruchten worden geplukt. De gele en de rode aardbeien worden door de lokale bevolking gebruikt bij de bereiding van aguardiente de Medronho (brandend water), met een alcoholpercentage van 40 tot 45 procent. Er is zo'n tien kilo aan vruchten nodig om een liter Medronho te produceren. Het geplukte fruit wordt in waterdichte vaten bewaard, waar het zo'n twee tot drie maanden kan gisten. Het traditionele destileren gebeurt al honderden jaren op dezelfde wijze: in een koperen afgesloten pan, met daaraan een lange horizontale pijp, die door een laag vuur geleidelijk wordt verhit. Officieel mag er per volwassene 30 liter Medronho per jaar op deze wijze worden gebrouwen.

Overigens worden de vruchten ook wel verwerkt tot jam.







Agave

De Agave groeit van nature in het Zuiden van de VS, maar is al in de 17de eeuw in het Middellandse zee gebied verspreid. Behalve als ornamentale plant wordt de agave in het Costa Vicentina park als afscheiding gebruikt en voor de productie van pita touw. Vooral in het dorpje Carrapateira zijn er nog veel agave-afscheidingen op het land.

Een Agave is een succulente, oftwel vet-plant zonder stam met grote, krachtige, grondstandige bladrozetten. Hij gebruikt het blad als waterreservoir. Het vocht dat de Agave opslaat is giftig en kan, onmiddellijk na het contact, huidirritatie veroorzaken. Het blad van de Agave is langwerpig, 12 tot 30 cm lang, 1 tot 2,5 m breed en 4 tot 8 cm dik, tussen de basis en het midden versmald en zijn dikvlezig. Aan het uiteinde hebben de bladeren een stekelige punt. De randen van de blauwgrijze bladeren zijn eveneens stekelig getand en zijn voorzien van een waslaag. De jonge bladeren van de Agave staan meestal iets omhoog. De oudere bladeren zijn meestal s-vormig opstijgend met een omlaaggekromde top.

Agave in het park Costa Vicentina

Elk bladrozet van de Agave bloeit slechts eenmaal, na acht tot twintig jaar. Na het rijpen van de vruchten sterft de rozet af. De Agave vormt meestal van tevoren uitlopers, waaruit nieuwe rozetten ontstaan, waardoor hij in leven blijft. De bloemen van de Agave groeien aan de zijtakken van een rechtopstaande bloeiwijze. Deze bloemen worden met driehoekige, stengelomvattende, schutbladeren omgeven. De bloemen verspreiden een aangename geur en zijn geelgroen van kleur.

Bloeiende agaves in het park Costa Vicentina







Kraaiheide

De kraaihei of kraaiheide is een groenblijvende struik, die behoort tot de heifamilie. De kraaihei komt van nature voor op het noordelijk halfrond. De naam heeft de struik te danken aan het feit dat de vruchten door met name alpenkraaien gegeten worden en die zo voor de verspreiding van de zaden zorg dragen. De vruchten zijn eetbaar, maar niet erg smakelijk.

Kraaiheide in het park Costa Vicentina

De struik wordt tot een halve meter hoog en heeft liggende stengels met opstijgende takken. De takken zijn dicht bezet met lijnvormige of lijnwerpige, circa 6 x 2 mm grote bladeren, met een sterk omgerolde rand. De kraaiheide bloeit in april en mei met eenslachtige bloemen, die in de bladoksels staan. De donkerpaarse, vrouwelijke bloemen hebben zes tot negen stempels. De mannelijke bloemen zijn roze. De zwarte, bijna een centimeter grote vrucht is een besachtige steenvrucht met zes tot negen stenen. In het park Costa Vicentina komt de kraaiheide vooral veel voor in de duinzand-gebieden vlak aan de kust.







Hottentotvijg

Hottentotvijg in het park Costa Vicentina

De hottentotvijg is een plant uit de ijskruidfamilie. De plant is ingevoerd vanuit Zuid-Afrika en is op veel plekken in het park te vinden, vooral pal aan de kust in het duinzand. Het is een kruipende plant die zich flink kan uitspreiden. Zo worden kussens gevormd van 25-30 cm hoog. Ze komen voor op rotsen, kliffen en zandgrond. Het blad is heldergroen, vlezig en worstvormig. De bladeren kunnen tot 10 cm lang worden. Ze vertonen op de dwarsdoorsnede een driekantige vorm.







Cistus Ladanifer

De Cistus ladanifer, oftewel het zonneroosje, komt in het westen van het Middellandse zeegebied voor, waar hij groeit op droge, rotsachtige plekken. In het park Costa Vicentina is het een veelvoorkomende soort.  Het is een groenblijvende struik die tot 3 m hoog wordt. De bladeren zijn vier tot tien centimeter lang, kleverig aan de bovenzijde en behaard aan de onderzijde. De bloemen zijn vijf tot tien centimeter breed, met witte bloemblaadjes met een bruinpaarse vlek aan de voet van het kroonblad. De plant bloeit in mei en juni.

Zonneroosje in het park Costa Vicentina


Uit de hars van deze plant wordt labdanum gewonnen. Dit is een ingrediënt dat gebruikt wordt voor produceren van een parfum. Door stoomdestillatie van de hars kan de geur van amber worden nagebootst.







Mastiekboom

De mastiekboom (Pistacia lentiscus) is een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae). Het is een struik of kleine boom die tot 8 m hoog kan worden. Het is een groenblijvende soort die aromatische hars bevat. De mastiekboom komt voor in het hele Middellandse Zeegebied en groeit in het park Costa Vicentina op droge, rotsachtige hellingen. De bladeren zijn donkergroen, leerachtig en hebben een lengte van maximaal vijf centimeter.  De bladeren zijn onevengeveerd. De mannelijke bloemen hebben rode helmknoppen, de vrouwelijke bloemen zijn bruin. De ronde vruchten zijn aanvankelijk rood, maar worden later zwart. De hars van de mastiekboom kent vele toepassingen. De mastiek, het harsresidu van de mastiekboom is niet alleen een medicinale stof; het is eetbaar. Je kunt kauwen op deze zoetige hars. Het is als het ware een natuurlijke, biologische kauwgom. De adem wordt er zoeter van. Bovendien heeft het iets wat synthetische kauwgom niet heeft; het bestrijdt mondbacteriën en het is goed voor het tandvlees. Mastiek wordt als smaaktsof gebruikt in puddings. Mastiek wordt gewonnen door gedurende de zomer tot aan de herfst een inkeping in de bast te maken. Deze wordt niet te diep gemaakt, niet tot aan de stam. Vervolgens stroomt de hars naar buiten en wordt deze opgevangen. Mastiek kan gedroogd worden en tot poeder worden vermalen maar er kan ook een etherische olie van worden gemaakt.

Mastiekboom in het park Costa Vicentina

Daarnaast zijn er vele andere toepassingen. Zo wordt er vernis van gemaakt, maakt men er een lijm van om valse baarden mee op te plakken en is het een fixeermiddel in een parfum. Daarnaast kan er een tandpasta of zalf van worden gemaakt en dient het soms als tijdelijke opvulling voor een gat in een kies.







Amandelboom

De amandelboom is een kleine maar sierlijke boom die maximaal 7 meter hoog wordt. De boom bloeit uitbundig in het voorjaar en trekt veel insecten aan. De amandelboom vormt dan knoppen aan de takken waarvan er per drie 2 bloemen vormen en de overblijvende bladeren.
Deze bloesemtakken zijn schitterend om te zien. Vlak daarna begint al de vorming van de amandelen, maar het duurt nog tot het einde van de
zomer voor dat de amandelen rijp zijn. De amandelboom groeit op de armste grond en droogte heeft geen invloed. In het park Costa Vicentina zijn de witte amandelbomen te zien, dat wil zeggen de soort die de zoete amandel 'produceert'. Amandelen worden niet geplukt. Ze worden van de grond geraapt. Om deze reden worden amandelen soms "verzamelvruchten" genoemd. Maar ze zijn dan nog niet eetbaar en moeten eerst een tijdje gedroogd worden.

Amandelboom in het park Costa Vicentina

Veel zoete amandelen worden tot amandelolie verwerkt, de olie wordt door persing verkregen. Amandelolie heeft veel toepassingen: het is een zachte welke veel in huidverzorgingsproducten wordt toegepast. Door amandelolie te mengen met water ontstaat amandeloliemelk, een melkachtige vervanger voor moedermelk. De hoge prijs verhindert een grootschalige toepassing. Amandelolie wordt verwerkt tot vooral noga,
welke in Portugal veel verkocht wordt. De schillen van de noten worden als brandstof gebruikt.

terug naar boven