De aardbeving van 1755

Op 1 november 1755, om 9.40 uur 's, vond een van de meest vernietigende en dodelijke aardbevingen plaats in de geschiedenis. Het epicentrum van de beving lag zo'n tweehonderd kilometer westzuidwest van Cabo de São Vicente (zie de kaart). De aardbeving duurde tussen de 3,5 en 6 minuten en werd gevolgd door een vloedgolf van twintig meter hoog. Geologen vermoeden dat de aardbeving van Lissabon een sterkte van 9 op de schaal van Richter bereikte, duizend keer zo sterk als de aardbeving in Haiti in 2010.  De meeste slachtoffers van de beving waren inwoners van Lissabon, maar ook het zuiden van het land, in het bijzonder de Algarve, werd geheel verwoest.


De aardbeving kostte tussen de vijftig- en de honderdduizend mensen het leven. Het was daarmee de ergste ramp uit de recente Europese geschiedenis. De beving, gevolgd door nog twee zware nabevingen, werd gevoeld van Scandinavië tot diep in Afrika. In Nederland beschreven waarnemers ‘eene sterke schommelende beweging in rivieren, meeren, vaarten, grachten, vijvers en slooten.’ Opgeschudde modder vertroebelde het water, ankers schoten los, er brak zelfs een enkel scheepstouw en in de kerken zag men ‘de slingering der kerkkroonen’.

Het mechanisme dat de aardbeving veroorzaakte is het feit dat de aardkorst onder de Golf van Cadiz, even buiten de Straat van Gibraltar, gemangeld wordt tussen de twee aardplaten. Die marteling verloopt schoksgewijs: nu en dan schiet de aardkorst opeens een stuk omlaag – met een verwoestende megabeving als gevolg. De interpretatie dat de seismische breuklijn actief is maar op slot zit, lijkt de meest waarschijnlijke. De breuklijn bij de Straat van Gibraltar kan daarmee worden vergeleken met andere beruchte breuklijnen, zoals Cascadia bij Alaska en Nankai bij Zuid-West Japan. Ook daar treden met tussenpozen extreem zware aardbevingen op. Zoals in 1700 bij Cascadia, toen een compleet deel van de huidige Amerikaanse westkust opeens letterlijk de zee in zakte. Behalve superaardbevingen krijgen Portugal, Spanje en Marokko geregeld te maken met kleinere bevingen. Vorig jaar zomer nog werd de zeebodem bij Portugal getroffen door een forse beving: magnitude 5,6. En in februari van dit jaar vielen er zeshonderd doden in en rond de ‘Marokkaanse rivièra’ Al Hoceima, bij een aardbeving met magnitude 6,3. Die beving was een direct gevolg van de krachtenverdeling rond Gibraltar, als een soort sinistere vingeroefening van de natuur.